6 februari  2011 -Vijfde zondag afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

1 Korintiërs 2,1-5 
Matteüs 5,13-16

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Het licht van de wereld

 

In de kerk van de Fransen in Rome hangt een merkwaardig schilderij. Het geeft het ogenblik weer waarop Matteüs, die een tollenaar is, geroepen wordt. Hij zit met collega-bankiers geld te tellen. Jezus en Petrus zijn ook in het kantoor. Zij zitten in het halfdonker. Jezus wijst naar Matteüs. Matteüs is stomverbaasd want hij wijst met zijn vinger naar zichzelf: ‘Bedoelt U mij?’ Het volle licht valt op Matteüs. Het straalt van hem af. Een tollenaar was een zondaar. Door de mensen veracht: tollenaars stonden bekend als woekeraars. Ze troggelden het geld van de mensen af. Het licht valt uitgerekend op deze snoodaard. En nog wel Jezus’ licht.

 

Het zonlicht schijnt voor iedereen. We hebben daar geen verdienste aan. Het wordt ons gegeven. Zo schijnt Gods Licht voor alle mensen. Ook voor zgn. zondaars en verachtelijke mensen. ‘Jullie zijn het licht in de wereld.’ Zo staat het in het evangelie. Tot wie zegt Jezus dat? Tot Zijn leerlingen. Tot ons. We ZIJN het gewoon. Mét onze gebreken en fouten. We hebben er zelf geen verdienste aan. ‘God heeft ons het eerst bemind’, schrijft de evangelist Johannes. ‘Gods menslievendheid is onder ons verschenen’ hoorden we met Kerstmis. Dat we er zijn danken we aan God. Dat God ons liefheeft, is dankzij Gods gratuïte, genadige Liefde. Dat wij, kleine en zwakke mensen graag gezien worden door God, dat Hij ons de moeite waard vindt, dat is toch een bemoedigende gedachte.

Als christenen, als leerlingen en volgelingen van Jezus Christus, wordt het licht dat we zijn, nog versterkt. Jezus’ licht valt op ons, zoals het op dat schilderij op Matteüs valt. Jezus wijst er ons op dat wij zijn ‘licht van de wereld’ zijn. Hij wijst daarmee op onze verantwoordelijkheid. Dat licht kan volop schijnen. Het kan ook schijnen als het zonlicht door een deur die op een kleine kier staat. Veel heb je daar niet aan. Wel als je na een lange donkere tunnel plots een licht ziet schemeren. Hoe klein ook. Het licht schijnt dus op zeer veel manieren. We zijn mens en we zijn christen op zeer veel manieren.

Onlangs ging ik voor in een uitvaartsmis. Een man van 59 jaar was overleden. Met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen had ik samen rond de tafel gezeten. Ze zagen de overledene als de ideale echtgenoot, papa en opa. Een betere kon er niet zijn. Hij was altijd hartelijk en vriendelijk. Je mocht hem alles vragen. Niets was hem te veel. Ook voor de familie, de buren en de mensen van de wijk was hij dienstvaardig. Hij was blijkbaar zeer handig. Zijn talenten kwamen anderen ten goede. Hij zorgde ook dagelijks voor zijn oude moeder. Hij straalde gewoon het licht van de liefde uit. Hij zette dat licht niet onder stoelen of banken maar op de kandelaar. Door zijn blijheid en levenslust heeft hij velen uit een donkere tunnel van duistere droefgeestigheid gehaald. Hij was een lichtend voorbeeld voor velen. Het was voor hem allemaal evident en vanzelfsprekend.

Ik dacht aan de woorden van Abel Herzberg: ‘Er zijn mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen.’ Ons diepste wezen is ‘licht’. We krijgen het… zomaar. Ook het licht van Christus. We moeten het laten oplichten. We mogen het niet verstoppen. Variërend op Etty Hillesum zouden we kunnen zeggen: ‘God helpt ons niet…, wij moeten God helpen door Hem te laten oplichten in ons.’ We moeten God de kans geven in ons te gebeuren.

Als lichtend voorbeeld zijn we een oriëntatiepunt voor mensen. We geven hun een levensperspectief. Jezus zegt dat we dan zijn als ’een stad op de berg’. Die kan niet verborgen blijven. In zijn tijd waren dat de dorpjes op de heuvels van Galilea, die met hun witte huisjes flikkerden in de zon en van heel ver te zien waren. Nu is dat bv. Scherpenheuvel, met het verlicht kruis op de basiliek. We moeten als christenen zo leven dat mensen kunnen zien dat we christenen zijn! We weten dat een concreet getuigenis zo veel méér waard is dan woorden en theorieën. Zoals we nu in de winter verlangen naar het lentelicht, zouden mensen moeten verlangen christelijk te leven als ze ons bezig zien. Maar het is dikwijls zo dat christenen liever daarover zwijgen. Ze zijn beschaamd om uit te komen voor hun christelijk geloof en denken dat de mensen hen achterlijk vinden, als ze zien dat ze ’s zondags naar de mis gaan!

Het evangelie gebruikt ook het beeld van het zout. ‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ De aarde betekent het leven. Het leven was in de maand december verstoord door de vele sneeuw en de ijzel. Veel wegen waren onberijdbaar. We hebben dan ervaren hoe belangrijk zout is en hoe gebrek aan strooizout het contact en de communicatie tussen dorpen moeilijk maakte.

Christenen moeten zijn als strooizout dat de wegen open maakt. De kerk heeft de neiging vooral met het sacrale en met de eigen hiërarchische structuur bezig te zijn. Ze moet vooral de wegen bewandelen naar de concrete wereld van vandaag. Ze moet het levendige elan van Paulus, de apostelen en de eerste christenen, telkens opnieuw vitaliseren. De officiële kerk is veel te plechtig, te traag en te diplomatisch. Er is nood aan nieuwe onbegaande wegen om het evangelie, in onze tijd en in onze wereld, te verkondigen en te praktiseren.

Dat we persoonlijk licht en zout zijn is niet genoeg. We zijn dat trouwens om anderen aan te steken. Jezus was van meet af aan aantrekkelijk en omgeven door mannen en vrouwen. Christen-zijn is nooit een individuele aangelegenheid. Het gaat om gemeenschapmakende liefde. Jezus spreekt in dit evangelie tot zijn leerlingen, tot de eerste christelijke broederlijke gemeenschap. Ook in een parochie zijn er veel groepen en verenigingen. We kunnen niet op ons eentje een koor vormen of al de zieken van de parochie bezoeken. Een kleine vitale groep kan zo veel meer doen en kan vooral ook getuigen van christelijke naastenliefde onder elkaar.

In 1947 begon zo’n kleine groep in Taizé (Frankrijk) en die groeide uit tot een oecumenische communiteit. Ze wilden een teken van verzoening zijn tussen Duitsers, Fransen en andere nationaliteiten. Taizé is nu een wereldbekende plek geworden waar, vooral duizenden jonge mensen bezinning en inspiratie vinden. Wereldwijd zijn er Taizé-groepen in verschillende landen.

Ik denk aan een kleine actiegroep in Israël die voortdurend van zich laat horen en blijft pleiten voor wegen tot verzoening met de Palestijnen. Het is een kleine groep, maar ze maken het de Israëlische en Palestijnse politiek moeilijk door hun hardnekkige vredeswil.

Licht en zout zijn voor de wereld van vandaag, is onze menselijke en christelijke identiteit. We zijn het, God zij dank en door Christus’ genade. Maar we moeten het meer en meer worden. Licht als een vuurtoren die iedereen kan zien en die de goede oriëntatie geeft, zoals ook een stad op de berg. Strooizout dat gesloten en gevaarlijke wegen opent, opdat het evangelie zou doordringen tot het hart van vele mensen.

Rob Moens o.p. Genk

Inspiratie: Kerugma jaargang 54. Jaar A/1, p.96-99