6 februari  2011 -Vijfde zondag afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

1 Korintiërs 2,1-5 
Matteüs 5,13-16

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Zout en licht

 

Zout kunnen we niet missen. Als we er te weinig hebben, komen we in problemen. We hebben het ondervonden toen we in december geplaagd werden door een vroege sneeuwellende. Maar ook te veel zout deugt niet. Het dient om smaak te geven aan de spijzen. Als er zout te veel is in de soep of de groenten of op het vlees, bederft het hun smaak omdat het zelf wordt gesmaakt. Een licht zien we als het ons in de ogen schijnt en ons verblindt. Licht dient niet om zelf gezien te worden, maar om de wereld te verlichten.
Dat moeten we bedenken als we in het evangelie lezen: "Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht van de wereld."

 

'Het zout van de aarde', zo noemde Jezus de mensen die hem volgden. Zout van de aarde, dus geen zout voor in de keuken. Wat kan hij daarmee bedoeld hebben? Volgens Schriftkenners doelde hij op de putovens die men in zijn tijd gebruikte: een kleine put in de grond die als oven diende. Op het ovenvuur werd gedroogde mest van ezels en kamelen gestrooid - dat was het zout - om het vuur aan te wakkeren. 'Ezeldrek voor in de oven'!, zoiets zeg je natuurlijk niet van mensen. Zout van de aarde, dat kan de klank hebben van een eretitel. Maar ezel- of kamelendrek, dat lijkt een zware belediging. Maar het gaat in de twee gevallen om hetzelfde.

Volgelingen van Jezus zijn christen gelovigen doordat ze hun medemensen vuriger maken, het vuur van Gods Geest in hen aanwakkeren. Ze werken als zout dat het leven kruidt en mensen smaak geeft in hun leven. Maar dat zijn ze alleen als ze de aandacht niet op zichzelf trekken. Ze zijn er en ze doen hun werk omwille van het vuur en omwille van de spijzen. Mest en zout moeten zich oplossen om hun weldoende effect te hebben.

Het licht van de wereld, die andere titel die Jezus aan zijn volgelingen gaf, zegt net hetzelfde. Licht moet zich open spreiden en dient om van zichzelf weg te schijnen.

Als christen moet je niet zelf in de kijker willen lopen, je moet de kijker op de anderen richten, je moet licht doen schijnen op wat in de wereld en het leven echt belangrijk is. Je moet er niet op uit zijn een B.V. (Bekende Vlaming) te worden die regelmatig op de televisie en in de kranten verschijnt. Je moet zichtbaar maken wat ze zonder jouw licht niet zouden zien en waar ze achteloos aan voorbij lopen.

Bisschop Gaillot schreef ooit een boek met een titel die een slogan is geworden: 'Als de kerk niet dienstbaar is, dient ze tot niets'. De kerk, dat zijn niet zozeer de paus en de bisschoppen, dat zijn in de eerste plaats wij allen die ons christen noemen. Gaillot herhaalde op zijn manier wat Jezus zei. Als het zout zijn kracht verliest, wordt het weggegooid en door de mensen vertrapt. Een licht stop je niet weg onder de tafel of de korenmaat, je zet het op de kandelaar zodat het de duisternis doet verdwijnen.

Christenen verloochenen zichzelf als ze zich gedragen als bange wezels, als ze zich beschaamd verstoppen, als ze zelf de smaak van hun geloof kwijt raken. Aan die bekoring staan wij nu meer misschien dan vroeger bloot. We moeten daartegen vechten. Dat is één.

Maar ten tweede, christenen zijn mensen zonder pretentie.
Hun enige pretentie ligt in de zekerheid die Jezus gaf aan wie hem volgden. Christenen bewijzen hun medemensen een onmisbare dienst. Door wat ze zijn en zeggen en doen, werken ze als zout in de aarde en de voeding en als licht van de wereld. Ze worden hiervoor niet geprezen of beloond. Hun beloning is dat mensen hun goede werken zien en gewaar geworden en dat ze God, hun Vader in de hemel. verheerlijken.

Laten we ervoor bidden, goede vrienden, dat het ons mag gegeven worden de bekoring van de christelijke schaamte en de schrik te overwinnen en onze dienende kracht van zout en licht voor anderen te behouden.

B.J. De Clercq o.p.