|
|
|
|
| 6 februari 2011 -Vijfde zondag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
1
Korintiërs 2,1-5
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Zout
kunnen we niet missen. Als we er te weinig hebben, komen we in
problemen. We hebben het ondervonden toen we in december geplaagd
werden door een vroege sneeuwellende. Maar ook te veel zout deugt
niet. Het dient om smaak te geven aan de spijzen. Als er zout te
veel is in de soep of de groenten of op het vlees, bederft het hun
smaak omdat het zelf wordt gesmaakt. Een licht zien we als het ons
in de ogen schijnt en ons verblindt. Licht dient niet om zelf
gezien te worden, maar om de wereld te verlichten. 'Het zout van de aarde', zo noemde Jezus de mensen
die hem volgden. Zout van de aarde, dus geen zout voor in de keuken. Wat
kan hij daarmee bedoeld hebben? Volgens Schriftkenners doelde hij op de
putovens die men in zijn tijd gebruikte: een kleine put in de grond die
als oven diende. Op het ovenvuur werd gedroogde mest van ezels en
kamelen gestrooid - dat was het zout - om het vuur aan te wakkeren.
'Ezeldrek voor in de oven'!, zoiets zeg je natuurlijk niet van mensen.
Zout van de aarde, dat kan de klank hebben van een eretitel. Maar ezel- of
kamelendrek, dat lijkt een zware belediging. Maar het gaat in de twee
gevallen om hetzelfde.
Volgelingen van Jezus zijn christen gelovigen doordat
ze hun medemensen vuriger maken, het vuur van Gods Geest in hen
aanwakkeren. Ze werken als zout dat het leven kruidt en mensen smaak
geeft in hun leven. Maar dat zijn ze alleen als ze de aandacht niet op
zichzelf trekken. Ze zijn er en ze doen hun werk omwille van het vuur en
omwille van de spijzen. Mest en zout moeten zich oplossen om hun
weldoende effect te hebben.
Het licht van de wereld, die andere titel die Jezus
aan zijn volgelingen gaf, zegt net hetzelfde. Licht moet zich open
spreiden en dient om van zichzelf weg te schijnen.
Als christen moet je niet zelf in de kijker willen
lopen, je moet de kijker op de anderen richten, je moet licht doen
schijnen op wat in de wereld en het leven echt belangrijk is. Je moet er
niet op uit zijn een B.V. (Bekende Vlaming) te worden die regelmatig op
de televisie en in de kranten verschijnt. Je moet zichtbaar maken wat ze
zonder jouw licht niet zouden zien en waar ze achteloos aan voorbij
lopen.
Bisschop Gaillot schreef ooit een boek met een titel
die een slogan is geworden: 'Als de kerk niet dienstbaar is, dient ze
tot niets'. De kerk, dat zijn niet zozeer de paus en de bisschoppen, dat
zijn in de eerste plaats wij allen die ons christen noemen. Gaillot
herhaalde op zijn manier wat Jezus zei. Als het zout zijn kracht
verliest, wordt het weggegooid en door de mensen vertrapt. Een licht
stop je niet weg onder de tafel of de korenmaat, je zet het op de
kandelaar zodat het de duisternis doet verdwijnen.
Christenen verloochenen zichzelf als ze zich gedragen
als bange wezels, als ze zich beschaamd verstoppen, als ze zelf de smaak
van hun geloof kwijt raken. Aan die bekoring staan wij nu meer misschien
dan vroeger bloot. We moeten daartegen vechten. Dat is één.
Maar ten tweede, christenen zijn mensen zonder
pretentie. Laten we ervoor bidden, goede vrienden, dat het ons
mag gegeven worden de bekoring van de christelijke schaamte en de schrik
te overwinnen en onze dienende kracht van zout en licht voor anderen te
behouden.
B.J. De Clercq o.p.
|